S.H. Serné – Carthograaf

Samuel Hendrik heeft diverse kaarten gemaakt. Bij mij is in ieder geval bekend dat hij van de volgende onderwerpen kaarten heeft getekend:

  1. De stad Zwolle
    “Openbare Vergadering van den Raad der gemeete Zwolle van den 11 april 1854 … Aan den heer S.H. Serné wordt als blijk van erkentelijkheid voor de geschonkene kaart der stad, uit de gemeentekas eene som van f 50 toekend.[bron: Zwolsche Courant van 14 april 1854]
  2. Kaart van Java (1872)
    drukker: Den Haag : J. Smulders, omvang: 1 kaart in 1 blad,
    schaal 1:6.000.000,
  3. Algemeene kaart van Nederlandsch Indië (1879)
    schaal 1:4.000.000
  4. Kaart van de Middellandsche zee en de aangrenzende kustlanden (1879)
  5. Kaart van Palestina, naar de beste bronnen ontworpen (1861)
    drukker: Den Haag : J. Smulders, omvang: 1 kaart in 2 bladen,
    schaal 1:420.000

Recensie over een kaart, getekend door Samuel Hendrik Serné

Algemeene kaart van Nederlandsch Indië, door S.H. Serné. Amsterdam, C.L. Brinkman. Kaart van de Middellandsche zee en aangrenzende kustlanden, door S.H. Serné en A. van Otterloo. Amsterdam, C.L. Brinkman, 1879.

Bovengenoemde kaarten, mij door de Redactie van de Gids toegezonden, leveren het bewijs dat de cartographie in ons land nog niet ingeslapen is, en bovenal dat de kunst van kaarten drukken in sommige opzichten volstrekt niet achterstaat bij die van andere landen. De kaarten zijn met de stiptheid en nauwgezetheid bewerkt, welke den voorzitter der Zwolsche jongelingsvereeniging in alles kenmerkten en vooral de kaart van Ned. Indië geeft zooveel te aanschouwen als men met mogelijkheid verlangen kan. Naar den vorm te oordeelen is die kaart uitgegeven om als wandkaart te dienen. Zij is toch binnen den rand 1.44 M. bij 0.88 M., doch als zoodanig, ten minste voor schoolgebruik, is zij naar mijn inzien zeer ongeschikt; als ’t om vorm en ligging der eilanden van onzen Archipel te doen is, dan heeft men kaarten als van Jurrius, Allan en dergelijke, die aan grootte en duidelijkheid niet te wenschen overlaten; is het te doen om veel namen te geven, dan wordt zulk eene kaart licht overladen, en dit is hier in hooge mate het geval; de teekenaar of bewerker heeft ons op den titel reeds medegedeeld dat hij haar bewerkte naar den atlas van Melvill van Carnbée en Versteeg, van daar dan ook dat zij zoo nauwkeurig is, maar wat bij de flink gegraveerde kaarten van dien atlas een deugd is, namelijk dat er zooveel mogelijk op wordt gegeven, is op Serné’s kaart een gebrek, want de ontzettende overlading met namen is bepaald oogbedervend; ieder die met zulk een (wand)kaart moet omgaan zal het ondervinden.

De tweede kaart (der Middellandsche zee) is ook geheel onvoldoende voor het gebruik als wandkaart, omdat er te veel namen op voorkomen; zij maakt den indruk, alsof men bijzonder veel heeft willen geven en men daardoor de hoedanigheid aan de hoeveelheid offerde, want niet minder dan veertien bijkaartjes omlijsten de kaart, welke bovendien bedekt is met een groot aantal lijnen om stoombootvaarten en maildiensten aan te wijzen.

Toegegeven al dat de kaart niet voor school-, maar bijv. voor kantoorgebruik of iets dergelijks dienen moet, zoodat men gaarne veel wilde geven, dan nog is zij niet onberispelijk en zijn er verscheidene zaken, welke men anders zou kunnen wenschen of waarop aanmerkingen te maken zijn: eenige daarvan wil ik noemen, niet om daardoor alles onvoorwaardelijk af te keuren, doch om gelegenheid te geven bij een toekomstigen tweeden druk verbeteringen aan te brengen.

Eéne hoofdaanmerking is dat nergens de bergketenen op de kaart zijn aangewezen; wel zijn hier en daar de hoogste toppen geteekend en de namen er bijgeschreven, doch de keten als zoodanig ontbreekt, hetwelk zelfs een zonderlingen indruk maakt, wanneer men ’t oog op Zwitserland, Turkije, de Spaansch-Fransche grenzen, enz. laat vallen. Nu de bergketenen er niet op staan, is het voor oningewijden zelfs niet te begrijpen waarom b.v. de spoorwegen in Zwitserland, Zevenbergen, en in andere streken zijn afgebroken; daar, waar bergen de voortzetting van den weg beletten, is zulks niet aangeduid. Enkele spoorwegen zijn ook onjuist, b.v. die van Constantinopel naar Adrianopel, welke gedeeltelijk langs den anderen oever der Maritza gaat, en nog niet tot Sofia moest doorloopen; wat niet is kan evenwel nog komen.

De verschillende deelen van het Turksche rijk in Azië en Afrika zijn zonder eenige reden met andere tinten gekleurd dan ’t rijk in Europa; Algiers en Frankrijk hebben wel dezelfde kleur, zoo ook Italië en de eilanden, enz.; waarom dan Turkije niet?

In Italië staat wel St. Marino, doch niet Monaco als afzonderlijk staatje gekleurd; zoo ook moest Bosnië eene andere kleur hebben; het Berlijnsche tractaat van 1878 heeft daarvoor gezorgd, en de kaart is van 1879.

Door de overlading met namen (b.v. in Wurtemberg, Napels, Lombardije, enz.) zijn er veel kleine plaatsjes opgekomen, welke slechts eene historische waarde hebben, b.v. Albufera, Baylen, Zenta, Karlowitz, enz. doch zoo men dergelijke namen er op wilde brengen, geloof ik dat de kaart nog wel eens eene revisie noodig heeft, want plaatsjes als Isli, Salankemen, Mentone, Oberammergau en dergelijke verdienen dan evenzeer in aanmerking te komen.

In het schrijven van namen is men niet altijd consequent te werk gegaan; waarom b.v. te schrijven Cadix en Vinaroz, waarom soms zooals over ’t algemeen in Spanje het geval is, de vreemde schrijfwijze behouden (Saragoza, Mallorca, Menorca, Iviza, enz.) en in Italië de Nederlandsche toegepast (Venetië, Florence, Turijn, Milaan, Napels, enz.)?

Op de bijkaartjes zou ’t zeker niet geschaad hebben als men met blauwe tint de zee had aangewezen; nu is ’t op den eersten oogopslag moeilijk te zien wat land of water is. Wanneer men allerlei aanzienlijke havens aan de Middelandsche zee wilde geven, hadden Barcelona, Venetië, Brindisi en andere, niet mogen ontbreken.

Ik hoop zeer dat deze kaart verbeterd en herdrukt worde, omdat wij er prijs op moeten stellen dat dergelijke uitgaven in ons vaderland geschieden, doch er moet nog heel wat gewerkt worden om onze oostelijke buren te evenaren.

bron: De Gids. P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam 1880