P.J. Meertens-Instituut

meertensSinds april 2000 is op de pagina van het Meertens Instituut informatie te vinden over de achternaam Serné(e). Nadat ik werd getipt op het bestaan van deze pagina. heb ik contact gezocht met het Meertens Instituut. De heer Brouwer van dit instituut antwoordt mij op 28 maart 2000:

Dank voor uw belangstelling voor de Nederlandse Familienamen Databank en uw verzoek om informatie over de naam Serné. In de nieuwe editie van de databank – aan het eind van de week online beschikbaar – is deze naam opgenomen. Ik kan me daarbij bij uw suggestie, Serné uit plaatsnaam Cernay, aansluiten. Indien u me nog enkele vermeldingen van de vroegste voorouders kunt leveren, stel ik dat zeker op prijs.

In de Nederlandse Familienamen Databank is de volgende informatie te vinden: verklaring: Franse naam die vermoedelijk is ontleend aan een plaatsnaam Cernay (Cernaix, Cerné).

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

  • Cernay, var. Cernaix, Cerné – nom de localité d’origine, assez répandu, particulièrement dans la région septentrionale de la France (Calvados, Doubs, Eure-et-Loire, Marne, Vienne, Yvelines). Ce toponyme est un nom de domaine gallo-romain, formé du nom d’homme latin Cernus, forme contractée de Cerenus ou de Serenus > Sernus + le suffix -acum [Morlet, M.-Th., Dictionnaire étymologique des noms de famille, Paris 1991].
  • De oudste bekende naamgenoot is Guy de Serne, Middelburg 1585 [Informant: Michel Serné te IJmuiden (michel@serne.com), 25-1-2000].

P.J. Meertens heeft in 1941 ook eens iets over de familienaam Serné geschreven:

Naast de Duitsers hebben vooral ook de Fransen een groot aandeel gehad in onze bevolking. Tijdens de godsdienstige twisten van de zestiende eeuw en later bij de opheffing van het edict van Nantes, in 1685, zijn tienduizenden Fransen naar de Noordelijke Nederlanden uitgeweken, in de zestiende eeuw vooral naar Holland en Zeeland, in 1685 vooral naar Zeeuws-Vlaanderen en naar steden als Leiden en Haarlem, waar de veelal uit La Rochelle en omgeving afkomstige Protestantse lakenwevers door de lakennering werden aangetrokken.

Van de oudere emigranten stammen o.a. de Zeeuwse boerenfamilies Baljé (bailli = baljuw), Buteyn (butin = oogst, rijkdom), Caljouw (caillou = kei), Cevaal (cheval = paard), Labruyère (bruyère = heide), Oreel (oreille = oor), Passenier en Pattenier (patineur? = schaatsenrijder) af, van de in 1685 ingekomen Fransen de Zeeuwsvlaamse families le Bleu, Bourdrez, Brevet, Calon, Cappon, le Cointre, Dusarduijn (du Jardin = van den Tuin), Frelier, Hennequin, Lucieer (l’huissier? = de deurwaarder), Luteijn (lutin = kabouter, guit), de Luyster, Midavaine (avoine = haver), Pattist (pâtis = weide).

In Leiden treft men namen aan als Goedeljee (godaillier = drinker), Batteljee (batelier = schipper), Bleuzé, Brussé en Brussee, Chaudron (chaudron = ketel), Dersjant (d’argent?) Labree, Lacourt, Ladage, Ladan, Lafeber, Parmentier, du Pré, le Poole, de Ru, Sjardijn, Tobé, in Haarlem Boeré en Boeree, Busé, Cassée, Coté, Daudeij, Misset, Pollé, Serné enz. Vele van deze zijn tot onherkenbaar wordens verbasterd, en het blijft onmogelijk hun betekenis te vinden zolang men hun oorspronkelijke vorm niet kent.
bron: P.J. Meertens, De betekenis van de Nederlandse familienamen; A. Rutgers, Naarden 1941

Serenedus

Dictionaire étymologique ou Origines de la langue françoise (1694)